Angst voor sporten bij aangeboren hartafwijking vaak onterecht

Sporten met een ernstige aangeboren hartafwijking veroorzaakt geen hartschade. Patiënten voelen zich vaak juist beter door de trainingen. Dat concludeert Nienke Duppen van het Erasmus MC  in haar proefschrift. 

Jongeren met een ernstige aangeboren hartafwijking durven vaak niet te sporten. Ouders en artsen zijn bang dat het kwetsbare hart de extra belasting niet aan kan. Maar weinig bewegen heeft voor deze jongeren dezelfde nadelen als voor gezonde leeftijdsgenoten: meer risico op overgewicht en hart- en vaatziekten.

Nienke Duppen onderzocht de precieze effecten van sporten bij jonge hartpatiënten. Ze liet 90 patiënten tussen 10 en 25 jaar drie maanden trainen: elke week drie uur oefenen op onder meer een loopband en hometrainer. De patiënten werden begeleid door een fysiotherapeut.

Het ging om twee groepen patiënten die allemaal op jonge leeftijd meerdere operaties ondergingen. De ene groep kinderen had slechts één hartkamer en de andere groep kinderen werd geboren met vier bouwfouten (tetralogie van Fallot). Voor en na de trainingsperiode onderzocht Duppen het hart, onder meer met een hartfilmpje (ECG), echo en MRI. De kinderen deden ook een fietstest om hun conditie te meten. Psycholoog Karolijn Dulfer ondervroeg de kinderen en hun ouders over hun kwaliteit van leven: de hoeveel pijn, het denk- en leerproces, het omgaan met leeftijdsgenoten, en de gemoedstoestand.

Geen veranderingen in het hart

Duppen zag geen veranderingen in het hart door het sporten. Het trainen veroorzaakte geen hartritmestoornissen, het hart bleef even groot en kon nog evengoed samenknijpen en ontspannen. Volgens Duppen zijn artsen en ouders vaak bang dat de extra belasting van het sporten ervoor zorgt dat de pompkracht van het hart afneemt (hartfalen), maar dat blijkt dus niet het geval. Of de conditie verbetert, hangt af van de hartaandoening, concludeert Duppen. Bij de groep met één hartkamer verbeterde de conditie niet door het sporten. Volgens Duppen was de conditie van die groep al vóór de trainingen (gemiddeld genomen) al behoorlijk goed. De training zorgde bij de patiënten met vier aangeboren bouwfouten wel voor een betere conditie.

Beter bewegen

Het trainen had nog meer effecten. De kinderen gaven aan beter te kunnen bewegen. De kinderen die hun leven als zwaarst beoordeelden vóór de trainingen, gingen het meest vooruit. Zij rapporteerden dat het beter ging op school en de ouders vonden hun kinderen socialer geworden. Een jongen die altijd al met zijn klasgenoten naar school kon fietsen vertelde na afloop van de trainingsperiode blij: “Ik kan er nu zelfs bij praten!”

Geen onnodige angst

Het onderzoek laat zien dat sporten voordelen kan hebben voor jonge hartpatiënten. Het is goed te weten dat het onnodig is hier bang voor te zijn. Als je goed kijkt naar wat een kind kan, in overleg met de cardioloog, kunnen meer jonge hartpatiënten in beweging komen, aldus Duppen.

Bestel het proefschrift Exercise Training in Children and Young Adults with Congenital Heart Disease: rationale, effects and impact on quality of life.

Promotoren: prof.dr. W.A. Helbing en prof.dr. M.T.E. Hopman

Bron: Hartstichting
Beeld: Fotolia


Tip

Boek Inspanningsfysiologie bij kinderen, hoofdstuk 11 Hartaandoeningen.

In het boek Inspanningsfysiologie bij kinderen gaan de auteurs Tim Takken, Marco van Brussel en Erik Hulzebos uitgebreid in op inspanningsfysiologie en training bij kinderen en jongeren. In het eerste gedeelte van het boek worden de basisbegrippen uit de pediatrische inspanningsfysiologie besproken. Het tweede gedeelte behandelt de meest voorkomende chronische ziekten en aandoeningen bij kinderen aan bod.

Cover Inspanningsfysiologie bij kinderen_9789031350841-157-3d_crop