Gelezen in Bijblijven | Bekkenfysiotherapie bij prolaps

Patiënten met een milde of een meer gevorderde prolaps worden door de huisarts vaak doorverwezen naar de bekkenfysiotherapeut. Uit onderzoek naar de effectiviteit van bekkenfysiotherapie bij vrouwen met een prolaps stadium 1 of 2 en een studie in de huisartsenpraktijk blijkt dat deze vrouwen baat hebben bij bekkenfysiotherapie. 

Bij een urogenitale prolaps, of kortweg een prolaps, kunnen één of meer vaginale compartimenten verzakken; het voorste compartiment met de daarvoor gelegen blaas, het achterste compartiment met daarachter het rectum en het middelste compartiment met de uterus (of vaginatop als er geen uterus meer is). Het is een veelvoorkomende aandoening die toeneemt met het vorderen van de leeftijd. Een prolaps zal zelden tot ernstige morbiditeit leiden, maar kan wel de dagelijkse activiteiten, seksualiteit en kwaliteit van leven negatief beïnvloeden.

Behandeling

De behandeling van een prolaps kan conservatief zijn, zoals leefstijladviezen, bekkenfysiotherapie en een pessarium, of chirurgisch (prolapsoperatie). Een operatie is niet altijd een optie, bijvoorbeeld als er een kinderwens is, bij een hoog operatierisico vanwege comorbiditeit of als de patiënte geen operatie wil. De huisarts kan 75 procent van de vrouwen met een prolaps zelf behandelen en verwijst 25 procent naar de specialist. Conservatieve behandelingen zijn de eerste keus in de behandeling van prolapsklachten in de huisartspraktijk. De huisarts zou aan iedere vrouw met een prolaps leefstijladviezen kunnen geven als onderdeel van de uitleg na het stellen van de diagnose. Vrouwen met een milde prolaps (tot aan het hymen) vinden een pessariumbehandeling vaak te ingrijpend; bekkenfysiotherapie is in dat geval een goede eerstekeus behandeling. Bij vrouwen met een prolaps voorbij het hymen komt zowel een behandeling met bekkenfysiotherapie als een pessariumbehandeling in aanmerking. Starten met een pessariumbehandeling valt te overwegen, als er sprake is van typische prolapsklachten (balgevoel). Indien er sprake is van andere bekkenbodemklachten, zoals incontinentie, of als vrouwen onvoldoende in staat zijn om drukverhogende momenten adequaat op te vangen, lijkt bekkenfysiotherapie een goede eerste stap.

Bekkenfysiotherapie

Bekkenfysiotherapie richt zich bij vrouwen met een prolaps specifiek op het verbeteren van de functie van de bekkenbodemspieren, zoals kracht, uithouding en coördinatie, met als doel de ondersteuning van de bekkenorganen bij elke buikdrukverhoging te verbeteren.

Het meeste onderzoek naar de effectiviteit van bekkenfysiotherapie is gedaan bij vrouwen met een prolaps stadium 1 of 2. Hieruit blijkt dat bekkenfysiotherapie bij deze vrouwen een positief effect heeft op de prolapsklachten. Er is één studie in de huisartsenpraktijk gedaan, waarin bekkenfysiotherapie vergeleken werd met afwachten bij vrouwen met een prolaps in stadium 1 of 2. Hieruit bleek dat vrouwen in de bekkenfysiotherapiegroep minder prolapsklachten hadden en 57 procent van deze vrouwen vond de klachten na drie maanden verbeterd. Over het effect van bekkenfysiotherapie op de lange termijn is nog niets bekend. Ook naar het effect van bekkenfysiotherapie op de progressie van prolaps is nog weinig onderzoek gedaan. Er zijn aanwijzingen dat, ook als een operatie uiteindelijk geïndiceerd is, bekkenfysiotherapie het behandelresultaat ten goede komt. Het resultaat van een bekkenfysiotherapiebehandeling hangt af van de motivatie en therapietrouw van de patiënt. Een probleem is, dat veel patiënten vergeten bekkenbodemoefeningen te doen als de begeleiding door huisarts of bekkenfysiotherapeut gestopt is. Ook de wijze waarop de huisarts de mogelijkheid van bekkenfysiotherapie aanreikt en coaching door de bekkenfysiotherapeut tijdens de behandeling zijn van invloed op de therapietrouw.

Verwijzen

Het merendeel van de vrouwen met een prolaps hoeft niet verwezen te worden naar de gynaecoloog. De huisarts kan zelf leefstijladviezen of instructies voor bekkenbodemspieroefeningen geven, naar de bekkenfysiotherapeut verwijzen of een pessarium aanmeten. Indien zowel bekkenfysiotherapie als een pessariumbehandeling niet tot het gewenste resultaat leidt en de patiënte wel graag behandeld wil worden, kan overwogen worden om te verwijzen naar de gynaecoloog. Hier kan dan de mogelijkheid van een operatie besproken worden.

Conclusie

Een prolaps is een veelvoorkomende aandoening in de huisartsenpraktijk, vooral bij vrouwen ouder dan 50 jaar die kinderen hebben gebaard. Diagnostiek en behandeling zijn primair een taak van de huisarts. Uitleg geven is belangrijk, omdat patiënten vaak niet weten wat er aan de hand is en wat de behandelmogelijkheden zijn. Indien er een behandelwens is bij een symptomatische prolaps, kan bij een milde prolaps worden gestart met leefstijladviezen en bekkenfysiotherapie, bij een meer gevorderde prolaps met bekkenfysiotherapie of een pessarium. Het aanmeten van een pessarium kan goed door de huisarts gedaan worden.

Lees het hele artikel Prolaps in het tijdschrift Bijblijven 9-2015.

Bron: Bijblijven


Tip

Web-tv-uitzending | On demand

In de uitzending Web-tv Chronisch Bekkenpijn Syndroom wordt de diagnostiek, de therapie en de begeleiding van patiënten met chronische buik- en bekkenpijn bekeken vanuit de rol van de uroloog, bekkenfysiotherapeut en psycholoog.

  Campagnebeeld bekken_2083342_CropFA Sprekers | Bert Messelink en Petra van Nierop
Accreditatie | 2 punten voor de registers Algemeen fysiotherapeut en Bekkenfysiotherapeut

Fysiotherapeuten met een abonnement op BSL Fysiotherapeut Totaal kunnen deze web-tv-uitzending GRATIS volgen. Ga voor meer informatie en om om de web-tv te starten naar Web-tv Chronisch Bekkenpijn Syndroom.

 Boeken

Interessante boeken op het gebied van bekkenfysiotherapie:

Diagnostiek in de bekkenfysiotherapie_9789036802826-157-3d_Crop Cover BekkenbodemFit_3D_9789031374946-157-3d_Cropsm      Cover Jaarboek Fysiotherapie Kinesitherapie 2007 1314606_CROP        Cover Bekkeninstabiliteit Diagnostiek en therapie 9789031362004-157-3d