Bewegingswetenschapper Tim Takken: “Een goede test maakt de training effectiever”

Tekst: Adri van Beelen | Beeld: Tim Takken

“Patiënten worden uit voorzichtigheid soms te weinig getraind. Dat komt doordat we in dat specifieke geval niet getest hebben wat de patiënt aankan. Goede tests maken de kans op effectieve training groter.” Aan het woord is bewegingswetenschapper en inspanningsfysioloog dr. Tim Takken van Kinderbewegingscentrum, Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Het is hem soms een doorn in het oog. Daarom pleit hij voor op maat gesneden tests.

Bij patiënten of sporters, is het voor de therapeut belangrijk om te weten welke fysieke inspanning zij conditioneel aankunnen. Als dat niet bekend is en er wordt lukraak met trainen begonnen dan bestaat de kans dat er te weinig wordt getraind. “De intensiteit is dan te laag, omdat men denkt dat de patiënten of sporter het niet aankan”, zegt Tim Takken.

Aan welke mensen moeten we dan denken?

“Mensen die kortademig zijn, of te dik. Mensen met long- of hartziekten, lage rugklachten, of die gedeconditioneerd zijn doordat ze alleen maar zitten. Als je hun conditie wil verbeteren, moet je kijken wat ze aankunnen. Dat kun je inschatten na een goede test. Dan kun je inschatten met welke intensiviteit ze moeten trainen.”

Krijgen sommige mensen ook te veel training?

“Ja, dat komt ook voor. Neem bijvoorbeeld sporters, als zij onvoldoende of onvolledig zijn getest kan het voorkomen dat ze een te intensieve training krijgen. Die worden als het ware over de kling gejaagd. Dat is ook niet effectief. Kortom, een goede test inclusief een goede evaluatie maakt de training effectiever.”

Kan iedereen winst behalen uit training na getest te zijn?

“Uiteraard, maar je moet wel rekening houden met de wet van de verminderde meeropbrengst. Hoe minder je getraind bent, hoe meer winst je in het begin uit de training haalt. In het begin is het effect van een training groter dan na een paar maanden, doordat het lichaam aan dezelfde trainingsbelasting went. Maar de winst is vaak het grootst bij mensen die ‘van ver’ moeten komen.”

Tim Takken: ‘Eigenlijk is bedrust desastreus voor alles’

 

Welke soorten inspanningstests zijn er?

“We hebben de maximale inspanningstest, waarbij je de zwaarte in kleine stapjes vergroot. Het wordt voor de patiënt steeds zwaarder totdat hij niet meer kan. Dat kan op de fiets of loopband. In de fysiotherapiepraktijk kan het ook met de zes-minutenwandeltest. Verder hebben we de kortdurende inspannings-sprinttest, om sportprestaties te monitoren, en duurtests, die natuurlijk langer duren.”

En voor kinderen?

“Voor kinderen hebben we bijvoorbeeld inspanningstests om het anaerobe vermogen te meten. De inspanning van kinderen is heel anders, vooral ook bij spel en beweging. Kinderen rennen, staan stil en rennen vervolgens weer. Het mooie is dat de tijd om te herstellen steeds hetzelfde blijft. Anders dan bij volwassenen die telkens meer tijd nodig hebben om te herstellen en dus eerder uitgeput raken.”

Waarom studeerde u bewegingswetenschappen?

“Ik was altijd al een fanatiek sporter: schaatsen, fietsen. We gingen ook vaak met de familie toerfietsen. Stempeltjes halen. Ik vond dat toen leuker dan schaatsen en ben gaan wielrennen. Uiteindelijk wilde ik daar iets mee doen en vond bewegingswetenschappen de juiste studie. Ik ben dat aan de VU gaan doen. Tijdens een stage in Australië ontdekte ik pas echt het werk van onderzoekers. Toen wist ik het zeker: ik wil onderzoeker worden. Mijn specialisatie was inspanningsfysiologie. En waarom? Tja, de een wil de Mount Everest beklimmen, de ander wil de Giro d’Italia winnen, en ik wilde inspanningsfysioloog worden. Twintig jaar geleden ben ik hier in het WKZ begonnen. Ik promoveerde op het onderwerp inspanningen voor kinderen met reuma. Uit het onderzoek bleek dat bewegen voor deze kinderen, tegen alle verwachtingen in, uiteindelijk toch beter was.”

Hoe ziet uw werk met kinderen in het WKZ eruit?

“Ik wil bijvoorbeeld kinderen die aan een congenitale hartafwijking geopereerd zijn, volgen tot de volwassen leeftijd. Kinderen met zo’n afwijking hebben een wisselende conditie. Er zijn jongens die op de mountainbike door de bossen racen en er zijn er die al buiten adem raken als ze alleen maar met een bestuurbare auto aan het spelen zijn.

Hoe belangrijk is bewegen eigenlijk?

“Ja, daar is natuurlijk het nodige al over gezegd. Iedereen weet dat te lang stil zitten niet goed is. Dat is ook wat wij professionals altijd zeggen. Daarom is het principe van sta-bureaus in kantoren al een hele verbetering. Ik zou zeggen: probeer het zitpatroon elk half uur te doorbreken. Al moet ik daarbij ook zeggen dat de ongezondheidseffecten van zitten tegenwoordig wel heel erg worden gehypet. Zitten is het nieuwe roken, dat soort overdreven teksten hoor je dan. Maar goed, een leven waarin je elke dag alleen maar zit is ook niet goed. Daarvoor is het motortje niet gemaakt. Een goede conditie is overigens ook belangrijk voor een operatie. Er is keihard bewijs dat mensen die fitter een operatie ingaan, een grotere kans hebben te overleven. In dat opzicht zijn we gelukkig teruggekomen van het bedrustregime dat enkele decennia geleden nog in ziekenhuizen heerste. Bedrust is zo’n beetje voor alles desastreus. Nou ja, als je net een myocardinfarct hebt gehad, moet je natuurlijk even rustig bijkomen. Maar verder is zo snel mogelijk mobiliseren is het devies. Ziekenhuizen zijn helaas vaak nog op de oude leest geschoeid. Patiënten hebben een infotainment-systeem boven het bed hangen, zodat ze lekker in bed televisie blijven kijken. Maar ze kunnen beter uit bed en aan tafel gaan zitten of wat rondlopen.”

Maar een mens is toch ook niet gemaakt om de marathon te lopen?

“Je hoort soms mensen zeggen: van nature moet een mens alleen maar kunnen wegrennen voor een gevaarlijk dier, en dat duurt hooguit tien minuten. Daar valt echter tegenin te brengen dat de mens vroeger ook uren achter een prooi aan moest rennen om het dier uit putten en het vervolgens met een speer te kunnen doden. Daarbij was het heel belangrijk om langdurig te kunnen rennen.

Dus toch maar naar de sportschool?

“Waarom per se een sportschool? Lekker elke ochtend een kwartiertje rennen door het park vind ik echt leuker en lekkerder.”

Tim Takken: ‘Het is een heel praktisch boek. Je kunt tests doen van het begin tot het eind met het boek als het ware op schoot’

 

Uw boek ‘Inspanningstests’ is herzien. Wat is er precies veranderd?

“In Inspanningstests zijn de nieuwste tests nu toegevoegd. Neem de Interval Shuttle Run Test, de Endurance Shuttle Run Test, het Dubowy loopbandprotocol en de Fitkids loopbandtest. Ook is er een stappenplan voor een systematische interpretatie van inspanningstests toegevoegd. Fysiotherapeuten en hartfunctielaboranten kunnen zien hoe je deze tests moet uitvoeren, wat de normwaarden zijn en hoe je de uitslag moet interpreteren. Ook gaat het boek in op inspanningstests voor specifieke doelgroepen, zoals kinderen en chronisch zieken.”

Wat staat er in het boek over kinderen?

“Dat je rekening moet houden met welke apparatuur je gebruikt. Niet alle apparaten voor volwassenen zijn ook voor kinderen geschikt, denk aan de fiets, die vaak te hoog is. Maar verder zijn er ook overeenkomsten. Sommige therapeuten zijn voorzichtig, maar kinderen zijn heel goed maximaal in te spannen. Als je maar rekening houdt met de normwaarden.”

Wat kun je met het Dubowy-protocol bij kinderen?

“Dat is zo gemaakt dat je kinderen kunt volgen tot in de volwassen leeftijd. Heel veel test zijn alleen tot 18 jaar. En daarna 20 tot 25-plus. Dus als iemand komt op zijn 16e, moet je weer naar een andere test op volwassen leeftijd. Met Dubowy kun je heel mooi aan levensloopgeneeskunde doen. Je kunt als het ware iemand met zichzelf vergelijken en volgen.”

Wat hebben fysiotherapeuten precies aan deze herziening?

“Er zijn al veel boeken over inspanningsfysiologie, maar in geen enkel boek staat hoe het precies moet. Je kunt in die boeken wel veel over wetenschappelijke achtergronden vinden, maar nooit: hoe moet ik die test nou doen. Bovendien staat er ook in wat mag je kan verwachten bij mensen van uiteenlopende leeftijden. Daar moest je tot nu toe altijd naar zoeken. Maar in dit boek staat het duidelijk bij elkaar. “

Zijn er dingen aan het boek toegevoegd?

“Ja het hoofdstuk over interpretatie is heel mooi geworden. Het bevat veel meer handvatten en normen voor verschillende testen. Daardoor is het een heel praktisch boek. Je kunt tests doen van het begin tot het eind met het boek als het ware op schoot. Je kunt zo heel veel mensen testen en volgen; daar hoef je echt geen mega-investering voor te doen.”

Ga voor meer informatie en om het boek te bestellen naar Inspanningstests.


Tip

Cover Inspanningstests_CropNb            Cover Inspanningsfysiologie bij kinderen