Fysieke activiteit en fysieke fitheid: doet het ertoe bij lage rugklachten?

Lage rugpijn komt veel voor. Omdat het fenomeen lage rugpijn een grote impact heeft op persoon (participatie) en maatschappij (kosten) is er een blijvende vraag naar effectieve interventies. Wat helpt en wat kunnen we de patiënt adviseren ter preventie van rugklachten?

De relatie tussen lichamelijke activiteit en gezondheid is complex, maar er zijn steeds meer bewijzen voor de gezondheidsvoordelen van regelmatige lichamelijke activiteit en de gezondheidsrisico’s van lichamelijke inactiviteit. Fysieke activiteit en fysieke fitheid worden veel met elkaar geassocieerd en in verband gebracht met lage rugklachten. De precieze bijdrage van fysieke activiteit en fitheid aan de prevalentie en preventie van rugklachten is nog onvoldoende bekend. Veel adviezen met betrekking tot het voorkómen van lage rugklachten gaan in de richting van het verhogen van het niveau van fysieke activiteit, het voorkómen van ongezonde vormen van activiteiten en het trainen van fysieke componenten, zoals spierkracht en aerobe inspanningscapaciteit. Dosis-responsrelaties lijken een belangrijke rol te spelen, maar zijn nog onvoldoende in kaart gebracht. Lichamelijke activiteit op een inspanningsniveau dat bijdraagt aan de toename van fysieke fitheid, lijkt een sleutelelement bij de preventie van rugklachten.

Vraag: Veel adviezen met betrekking tot het voorkómen van lage rugklachten gaan in de richting van het verhogen van het niveau van activiteiten. Wat zou uw antwoord zijn op de vraag van de patiënt: helpt bewegen bij het voorkómen van mijn rugklachten?

In de afgelopen decennia hebben we een verschuiving gezien, van het medisch (letsel)model naar een model waarbij rugklachten worden beschouwd als een multifactorieel biopsychosociaal pijnsyndroom. Binnen dit multifactoriële model is er ruimte voor leefstijlfactoren, waaronder fysieke activiteit, ter preventie en/of behandeling van lage rugpijn. Het meten van fysieke activiteit en het vervolgens relateren aan de rugpijn is geen eenvoudige zaak. Veel adviezen met betrekking tot het voorkómen van lage rugklachten gaan in de richting van het verhogen van het niveau van activiteiten, maar de vraag blijft: hoeveel is dan goed? Het gaat natuurlijk niet alleen om de hoeveelheid activiteit, maar evenzo om het type en de intensiteit van de activiteit. In dit hoofdstuk wordt op basis van de beschikbare evidentie onderbouwd waarom mensen met rugklachten gebaat zijn bij een actieve leefstijl.

Epidemiologie

In de westerse bevolking krijgt 60 tot 90 procent ten minste een keer in het leven aspecifieke lage rugpijn. De kans op aspecifieke lage rugpijn is bij iemand die al een of meer episodes van aspecifieke lage rugpijn heeft gehad, tweemaal zo groot als bij iemand zonder eerdere klachten (Hestbaek, Leboeuf-Yde & Manniche, 2003). In een Nederlands bevolkingsonderzoek in 1998 bij mensen van 25 jaar en ouder was het de meest genoemde klacht van het bewegingsapparaat: 27 procent gaf op het moment van het onderzoek aan last te hebben van de rug, waarvan 21 procent al langer dan drie maanden, en 44 procent had er in het voorbije jaar minstens één keer last van gehad (Picavet & Schouten, 2003). Ruim 30 procent van degenen met klachten ten tijde van voornoemd bevolkingsonderzoek gaf aan er het voorafgaande jaar de huisarts voor geraadpleegd te hebben en ongeveer 25 procent een fysiotherapeut.

Lage rugpijn zonder uitstraling (12,1%) is in de afgelopen vijf jaren altijd de meest voorkomende klacht in de fysiotherapiepraktijk geweest, gevolgd door symptomen en klachten aan de nek (11,0%). (LIPZ-zorgregistratie paramedici 2012)

Lage rugpijn wordt gezien als een klacht met een gunstig natuurlijk beloop. De prognose is goed in die zin dat pijn en hinder in de meeste gevallen snel afnemen. Volgens schatting verdwijnen de klachten bij 75 tot 90 procent van de patiënten spontaan binnen vier tot zes weken (Waddell, Feder, McIntosh, Lewis & Hutchinson, 1998). Het kleine percentage patiënten dat chronisch wordt (tot 10%) is echter wel verantwoordelijk voor verreweg het grootste deel van de totale kosten: 75 tot 90 procent (Nachemson, 1992). Overigens worden er verschillende definities gebruikt voor zowel lage rugklachten als voor herstel, waardoor bij het veronderstelde gunstig beloop vraagtekens zijn te plaatsen. In een literatuurstudie concludeerden Hestbaek et al. (2003) bijvoorbeeld dat 62 procent van de lage rugpijnpatiënten na twaalf maanden nog steeds pijn heeft en dat 16 procent nog steeds ziek is gemeld.

Kosten vanwege lage rugklachten

Het gezondheidsprobleem zou dus nog wel eens groter kunnen zijn dan algemeen wordt aangenomen. Naast een medisch probleem vormen lage rugklachten ook een financieel-economisch probleem. De kosten gemaakt in de gezondheidszorg vanwege lage rugklachten worden geschat op € 761 miljoen, circa 1,39 procent van de totale kosten van de gezondheidszorg (Slobbe, Kommer, Smit, Groen, Meerding & Polder, 2006). Circa 40 procent van die kosten vanwege lage rugklachten wordt gemaakt in de ziekenhuiszorg en de medisch-specialistische zorg, en circa 40 procent in de eerstelijnszorg. Geschat kan worden dat 7,3 miljoen verzuimde werkdagen (conservatieve schatting) in het jaar 2000 zijn toe te schrijven aan lage rugklachten (Picavet, 2004). De totale kosten voor arbeidsongeschiktheid die in het jaar 2000 geassocieerd zijn met ruggerelateerde aandoeningen worden geschat op € 1,7 miljard (Picavet, 2006). Gegeven de effecten van lage rugklachten op de samenleving, de kosten van zorg en het arbeidsverzuim, wordt veel onderzoek gedaan naar de doelmatigheid van preventie en interventie (Van Tulder, Koes & Bouter, 1995).

Op basis van alleen demografische ontwikkelingen (vergrijzing en toename van de bevolking) is de verwachting dat het aantal personen met nek- en rugklachten tussen 2000 en 2020 met 14,3 procent zal toenemen. (Koes, Van Tulder, Poos & Gijsen, 2002)

(…)

Wat zou uw antwoord zijn op de vraag van de patiënt: helpt bewegen bij het voorkómen van mijn rugklachten? Lees de conclusie aan het eind van hoofdstuk 3  in Jaarboek Fysiotherapie Kinesitherapie 2014.


Tip

In het Jaarboek fysiotherapie kinesitherapie 2014 staan twee thema’s centraal: deel één van dit thematische jaarboek gaat over lage rug- en bekkenpijn en in deel twee staat de geriatrische fysiotherapie centraal. In maar liefst 8 hoofdstukken geven gerenommeerde auteurs uit België en Nederland een overzicht van de recentste inzichten en ontwikkelingen binnen de geriatrische fysiotherapie.

Ga voor meer informatie naar Jaarboek Fysiotherapie Kinesitherapie 2014. Het boek is opgenomen in het abonnement BSL Fysiotherapeut Totaal en voor abonnees gratis digitaal beschikbaar.

Bekijk ook de web-tv-uitzending Lage rugpijn met prof. dr. Bart Koes en prof. dr. Maurits van Tulder.

2 accreditatiepunten | studiedieduur circa 2 uur